Nieuwjaarsbrief 2017-2018

Printervriendelijke versiePDF versie
‘Heb ik al mijn dank uitgesproken?’, bedacht ik me terwijl ik aan het wandelen was in Antwerpen- Berchem. Meer bepaald in de mooiste straat van de provincie Antwerpen, namelijk de Cogels Osylei. De prachtige gebouwen in  art nouveau, eclectische stijl en neoclassicisme deden mijn gedachten afdwalen van het eigenlijke doel van mijn bezoek aan de stad, namelijk een les over gewasbescherming die ik bij Landwijzer zou volgen die dag.  Mijn nieuwsgierigheid naar het ontstaan van deze wijk alsook naar haar huidige bewoners was dusdanig gewekt dat ik ongegeneerd probeerde binnen te kijken bij elk raam dat tijdens mijn voorbij wandelen hiervoor de mogelijkheid bood.  Vaak was het de kerstboom die een ereplaats had gekregen aan het raam. En met de lampjes als versiering bracht de boom zowel in de huiskamer als voor de wandelaars op straat een sfeer van warme geborgenheid en gezelligheid.
Wat de gegoede burgerij van destijds beoogde met het bouwen van deze bijzondere woningen weet ik niet. Maar het maakt duidelijk dat als schoonheid zich aandient - al gaat het om iets architecturaal, muzikaals of natuurlijk - ze ons als mens telkens opnieuw weet te beroeren en ons hart vult met respect voor datgene dat we mogen aanschouwen of aanhoren.
‘Waar zit de schoonheid van het boer zijn?’, bedacht ik me nadat ik de Cogels Osylei achter me had gelaten. 
Over deze vraag zit ik nu opnieuw na te denken.  Niet meer  in Antwerpen-Berchem, maar terug thuis tussen de velden, in een voor mij vertrouwde omgeving.  Het valt me nu pas op dat na een jaar van intensief werken op het veld, er nu in de winterperiode, tijdens de kortste dagen van het jaar iets ontstaat als een natuurlijke vertraging.  Een vertraging  die zich heel spontaan aandient in de natuur alsook in het fysieke deel van mijn lichaam en me toelaat even te gaan zitten.  
Wat me hierbij duidelijk is geworden, is dat het verlangen naar vrijheid de drijfveer is geweest die de boer in mij heeft doen opstaan.  Het gebonden zijn aan een wel bepaalde “klassieke” job boezemde me angst in en deed me toen ik 23 jaar was, beslissen om even afstand te nemen van alles en te gaan fietsen. Ik wou namelijk vrij zijn! Al na enkele maanden op de fiets kwam ik tot de conclusie dat ik een ander levensdoel had dan dagelijks een stevige portie kilometers te trappen.  Niet dat het me tegenzat, integendeel, ik genoot volop maar ik besefte dat ik ook maatschappelijk iets wilde betekenen en hunkerde naar werk waar ik arbeidsvreugde in kon vinden.
Terug thuis duurde het niet lang alvorens ik de kans kreeg om te experimenteren met een eigen moestuin.  Boeken over zelfvoorzienend leven zoals: “Leven van het land” van John Seymour en “Vrij leven” van Louis de Koning en Bert Zeijlstra deden de gevoelens om in de tuinbouw te werken alleen maar toenemen. Zelfvoorzienend leven, is dit de bron van de ultieme vrijheid?  Ik was er rotsvast van overtuigd dat dit zo was en meer en meer kwam de overtuiging dat het mijn levenswandel gunstig kon beïnvloeden.
Nu, na mijn eerste jaar dat ik als voltijdse boer op Akelei heb kunnen ervaren, besef ik dat er heel wat omzwervingen nodig waren om te komen tot waar ik nu sta.  De onrust die geleid werd door een wanhopig zoeken naar vrijheid en me deed vluchten, is overgegaan in een gevoel van opperste geluk.
Ik heb mijn vrijheid gevonden, niet door me los te wringen van het gebonden zijn aan iets maar net door de verbondenheid van het leven te ervaren.  Een verbondenheid die in de land- en tuinbouw zo duidelijk aanwezig is en ervoor zorgt dat je als boer steeds de mogelijkheden krijgt om je gewassen en de velden in een ruimer kader te plaatsen. Een diversiteit aan planten, struiken, bomen, insecten, vogels,… kan je, door de inrichting van je bedrijf, zelf mee mogelijk maken.  Zorg in alle aspecten van het woord zijn van toepassing maar bovenal verzorg je als boer de aarde.  
Het voorbije seizoen zijn we geïnspireerd geraakt door Konrad Schreiber.  Een Franse koeienboer en begenadigd lesgever, die de aandacht vestigt op het feit dat we op onze velden  vaak kansen laten liggen als boer. En dit in het bijzonder bij het verzorgen van de aarde. Hij vestigt in zijn betoog de aandacht op het belang van koolstof, een onmisbaar element die de basis vormt van elke  levensvorm.  Bij planten kunnen we dit proces van koolstofopbouw heel makkelijk voorstellen via de fotosynthese die dagelijks plaatsvindt. Heel eenvoudig uitgelegd, komt het erop neer dat  via het bladgroen een plant zonlicht kan vasthouden en  CO2 haalt uit de lucht.  In dit proces komt de zuurstof, afgekort O2 vrij voor de ademhaling. De koolstof (C) wordt gebruikt voor de verdere  groei van de plant en zorgt ervoor dat de plant rechtop staat. Hoe steviger deze koolstofketen, hoe steviger ons gewas.  Denk maar aan granen waarvan de stengels over een sterke koolstofketen beschikken. Wanneer deze planten de kans krijgen om op het veld te kunnen verteren, in plaats van dat we de stengels bundelen tot pakken stro en afvoeren, betekent dit een enorme verrijking voor de bodem omdat de koolstof in het stro in de bodem vrijkomt en dan opgeslagen kan worden.  Hierdoor kan het organische stofgehalte in de bodem aanzienlijk stijgen wat dan weer ten goede komt bij de teelt van onze gewassen.  
Zulke nieuwe inzichten zijn uitermate boeiend en als boer krijg je de vrijheid om hiermee te experimenteren. En of het gelukt is? Wel op een nieuw stuk veld in Putte hebben we ons door het betoog van Konrad Schreiber laten inspireren.  We hebben in augustus zonnebloemen, bladrammenas, winterwikke en -rogge ingezaaid.  Het was een prachtig zicht wanneer uiteindelijk de zonnebloemen  en bladrammenas in bloei kwamen.  De buurman vertelde ons nog nooit zo’n mooi veld gezien te hebben en ik moet bekennen dat wij zelf ook onder de indruk waren van de vitaliteit, die van het veld en de bloeiende gewassen uitging. Kort na de bloei, net voor de zaadvorming van de planten hebben we alles met behulp van de tractor en een welbepaalde rol platgelegd en op het veld laten liggen om te verteren.  We laten de natuur het verdere werk doen en merken dat dit tijd vraagt.  Langzaam maar zeker zien we dat de eens zo krachtige en vitale planten, ondertussen half verteerd door miljarden micro-organismen, zich aan de aarde geven en geduldig mee de opbouw van het organische stofgehalte in de bodem verzorgen.
Deze levensprocessen ervaren en er aan kunnen deelnemen, vormen voor mij de schoonheid van het boer zijn. En laat ik hiervoor mijn dank uitspreken. In de eerste plaats aan Johan en Greet, dat ik de kans gekregen heb om me als boer te ontplooien en in de tweede plaats uiteraard aan jullie,  de klanten.
Bedankt voor het vertrouwen dat ik van bij mijn start van ieder van jullie heb gekregen.
 
 
Gelukkig Nieuwjaar van de gehele Akelei ploeg!!!
Jelle